
Met groot verdriet, maar ook met diepe dankbaarheid, heeft Candia’66 kennisgenomen van het overlijden van Jan Slabber, erelid van onze vereniging. Jan overleed op 23 oktober 2025, op 91-jarige leeftijd. Hij was een man die niet alleen op het veld zijn sporen naliet, maar vooral ook daarbuiten — in de manier waarop hij mensen met elkaar verbond, jongeren kansen gaf en zich met hart en ziel inzette voor onze club.
Ter gelegenheid van het jubileum van Candia’66 verscheen eerder onderstaand gesprek met Jan in ons clubblad. We publiceren dit nogmaals, als eerbetoon aan een markante persoonlijkheid, een echte clubman en een warm mens.
Het onderstaande interview werd eerder gepubliceerd in de jubileumeditie van het clubblad.
In gesprek met Jan Slabber
Jan Slabber heeft in de loop der jaren op velerlei gebied veel betekend voor Candia’66. Denk aan het IT-toernooi,
maar ook aan zijn betrokkenheid bij het helpen van leden aan een baan. Hoewel velen hem beschouwen als een rasechte Rhenenaar,
ligt zijn oorsprong in Zeeland. Jan werd geboren in Vlissingen, waar hij opgroeide met twee broers.
Zijn voetbalcarrière begon bij Terneuzen, daarna volgden Sluiskil, De Zeeuwen en Zeelandsport. Die laatste club werd in 2018 opgeheven.
Na zijn militaire dienst verhuisde Jan naar Rhenen en meldde zich in 1957 aan bij Rhenus.
Na de fusie met andere clubs maakte hij de overstap naar Candia’66, waar hij het tot het tweede elftal bracht.
Zijn sterke punten waren een hard schot en een strakke pass. Maar Jan was meer dan een speler: hij was bestuurder, organisator en bovenal een verbinder.
Hij vervulde functies als elftalleider, jeugdvoorzitter, vicevoorzitter en voorzitter van de IT-commissie.
Van 35 naar 45 minuten
Als jeugdvoorzitter zette Jan zich samen met Peter de Jong in om de speeltijd van de A-junioren te verlengen van 35 naar 45 minuten per helft.
Met een goed onderbouwd voorstel aan de KNVB wist hij deze wijziging door te voeren — een aanpassing die vandaag nog steeds vanzelfsprekend is.
Boxal en betrokkenheid.
In 1975 trad Jan in dienst bij Boxal als hoofd personeelszaken. Ook daar toonde hij zijn maatschappelijke betrokkenheid.
Veel Candia-leden die werk zochten, konden via Jan bij Boxal terecht — vaak eerst via een uitzendbaan, later in vaste dienst.
Op 25 augustus 1975 kreeg Jan te maken met een grote brand bij Boxal. Terwijl hij in vergadering zat bij Candia’66,
werd hij gebeld over de brand en snelde hij naar de fabriek, waar het magazijn in vlammen opging.
Zijn eerste zorg gold de veiligheid van de werknemers. Die nacht kwam hij pas tegen half vier thuis — een moment dat hem altijd is bijgebleven.
Reglementen en statuten.
Jan had oog voor regels en juridische zaken. Op verzoek van Nico Wagenvoort dook hij in het reglement en de statuten van Candia’66 — een flinke klus, maar met succes: de notaris keurde alles zonder aanpassingen goed.
Het IT-toernooi.
Met trots sprak Jan over zijn tijd als voorzitter van het Internationaal Toernooi (IT) voor A-junioren.
Wat begon als een eenmalig idee bij het 10-jarig jubileum van de vereniging, groeide uit tot een traditie die 25 jaar zou duren.
Dankzij zijn initiatief en de inzet van de IT-commissie — met onder anderen Peter de Jong, Bob van de Weerd,
Ad van de Aa, Hommo Lubbers, Gerard Jansen sr. en Wil Otte — kwamen buitenlandse clubs als Swansea FC naar Rhenen.
Spelers die later op WK’s zouden schitteren, liepen ooit over het veld aan de Groeneweg.
Jan bleef vele jaren voorzitter en was trots op wat de organisatie wist neer te zetten.
Toen het toernooi na 25 jaar werd stopgezet, had dat vooral financiële redenen.
Buitenlandse contacten.
Het IT-toernooi bracht ook bijzondere internationale contacten. Jan vertelde met warmte over de reizen naar onder meer Berlijn en Wales.
De trip naar Abergavenny in Wales maakte grote indruk. Candia’66 werd daar groots ontvangen door de gastvereniging, waarmee al jaren een band bestond.
De wedstrijden, gastgezinnen en hartelijke ontvangst bleven Jan zijn leven lang bij:
“De verzorging was zó goed, daar werd je stil van. Waar onze jongens wat aten of dronken, mochten ze niet betalen.
En de gastgezinnen waren fantastisch.
Bij de KNVB.
Ook buiten Candia’66 zette Jan zich in voor het voetbal. Hij maakte deel uit van de Strafkamer van de KNVB West I,
waar hij ruim zes jaar actief was. Daarnaast was hij betrokken bij landelijke voetbaldagen en schoolkampioenschappen.
Zijn kennis en rechtvaardigheidsgevoel kwamen daar goed van pas.
Erelid en familieman.
Voor zijn grote verdiensten werd Jan benoemd tot erelid van Candia’66.
Hij opende het terras bij de kantine — een lang gekoesterde wens die eindelijk werkelijkheid werd.
Ook zijn gezin ademde Candia. Zijn drie zonen, Peter, Walter en Robert, traden in zijn voetsporen, net als zijn kleinkinderen Marei en Boris.
Jan was er graag bij wanneer zij speelden; vaak zat hij trots in de dug-out.
Tot slot
Jan besloot zijn jubileuminterview met de wens dat Candia altijd een warme vereniging zou blijven, met aandacht voor iedereen — van de jongste jeugd tot de oudste leden.
Zijn woorden klinken vandaag krachtiger dan ooit:
“Candia’66 heeft zich een plaats verworven binnen de Rhenense gemeenschap. Daar moeten we trots op zijn.”
Het bestuur van Candia'66 is Jan diep dankbaar voor alles wat hij voor onze vereniging heeft betekend. Zijn inzet, betrokkenheid en warmte zullen ons blijvend inspireren. Wij wensen zijn familie, vrienden en allen die hem kenden veel sterkte met dit verlies.
Rust zacht, Jan.